Qkopchassied2.gif (8166 bytes)



Arttit.jpg (5961 bytes)

pagina 5

 

A1betsal.gif (33023 bytes)

Qkopchassied.gif (8147 bytes)

 

Het beeldenverbod in de dagelijkse praktijk

In de grote halakhische codices vinden wij de 'liberale' praktijk van de omgang met het beeldenverbod terug. De Misjne Torah van Maimonides en de Sjoelchan Aroech van Josef Karo vormen het uitgangspunt van het hier gegeven korte en becommentarieerde overzicht:A5menor.gif (9146 bytes)
1) Beelden en afbeeldingen - wel of niet driedimensionaal - die gemaakt zijn door of voor afgodendienaren zijn verboden. Men mag ze niet maken, niet gebruiken of zelfs maar bezitten. Gevaar van afgoderij bestaat met name bij de produkten van niet joodse kunstenaars. Indien de herkomst niet bekend is, biedt twijfel voldoende reden voor een verbod. Beelden in kleine gehuchten zijn zonder meer niet toegestaan, aangezien deze met zekerheid als afgoden gebruikt worden. Anders is het gesteld met beelden in grote steden, die vaak alleen een decoratieve functie hebben. Zulke beelden zijn echter verboden, indien zij staan bij de ingang van de stad en indien zij voorzien van machtssymbolen, zoals een staf, vogel, bol, zwaard, kroon en ring. In dat geval moet men aannemen, dat zij voor een vorm van afgodendienst bestemd zijn.A5menor.gif (9146 bytes)
2) Brokstukken van weggeworpen beelden zijn toegestaan, indien hun herkomst niet goed meer herkenbaar is. Vindt iemand echter een duidelijk herkenbare vorm zoals een hand of voet en is dit brokstuk geplaatst op de sokkel, dan is gebruik volgens de Sjoelchan `Aroech verboden. De regelgeving in de Misjneh Torah is op dit punt iets milder. Zo'n brokstuk van een herkenbaar lichaamsdeel is wel toegestaan, indien de afgodendienaar er duidelijk afstand van heeft gedaan en het beeld niet langer vereert. Dit laatste geldt volgens Maimonides zelfs voor complete beelden.
3) Gerespecteerde voorwerpen waarop de zon of de maan of een draak staat afgebeeld, zijn verboden. Zulke voorwerpen dienen met grote waarschijnlijkheid tot afgodendienst. Wanneer dergelijke afbeeldingen echter zijn aangebracht op eenvoudige gebruiksvoorwerpen die geen bijzonder respect genieten, zijn zij toegestaan. Gerespecteerde voorwerpen zijn dure stoffen (fijne zijde) en voorwerpen van zilver of goud zoals sieraden (neusringen en zegelringen). Ongerespecteerde voorwerpen zijn bijvoorbeeld schenkkannetjes, warmwaterketels en (eenvoudige) drinkbekers.
4) Afbeeldingen uit de hemelse leefsfeer van de Sjechinah zijn verboden, zoals de elkaar aankijkende 'gezichten' uit het visioen van
EzechiŽl, Seraphim, Ophanim en engelendienaren. Het verbod geldt overigens alleen voor afbeeldingen in reliŽf. Vlakke tweedimensionale afbeeldingen zijn wel toegestaan.
5) Afbeeldingen van zon, maan en sterren zijn altijd verboden, zelfs ingegraveerd en in het platte vlak, aangezien de hemellichamen veelal dienen tot sterrenwichelarij. Alleen wanneer dergelijke afbeeldingen uit didactische redenen zijn aangebracht, mogen zij gebruikt worden, zelfs in reliŽf.
6) Speciale aandacht krijgt het verbod om mensen af te beelden. Op de afbeelding van mensen zijn vrij strenge regels van toepassing. Tweedimensionale en ingegraveerde afbeeldingen van mensen zijn toegestaan. Driedimensionale en volledige afbeeldingen van mensen zijn echter verboden. Driedimensionaal mag een menselijke figuur alleen worden uitgebeeld voor zover de afbeelding niet compleet is, bijvoorbeeld wanneer de figuur door kleding omhuld is, wanneer lichaamsdelen ontbreken, wanneer de figuur als reliŽf in een muur is aangebracht of volgens de regels van een iets strengere traditie in dat geval niet en face maar en profil is afgebeeld. Volgens een nog strengere uitleg wordt het verbod in het bijzonder toegespitst op de weergave van het gelaat en zelfs op tweedimensionale afbeeldingen van mensen. Een mooi voorbeeld hiervan zijn versieringen in middeleeuwse miniaturen, waarbij mensen met de kop van een vogel staan afgebeeld.
Extra voorzichtig is de traditie met afbeeldingen van mensen op zegelringen. Op dergelijke afbeeldingen rust sneller de verdenking van verering en gebruik als machtssymbool. Daarom zijn in reliŽf aangebrachte menselijke figuren in dat geval verboden. Ingegraveerde figuren op ringen zijn wel toegestaan, maar niet om daarmee een zegel te drukken, want de afdruk is in weer in reliŽf.
Sommige verklaarders geven een zeer diepzinnige verklaring voor het verbod om mensen volledig af te beelden. Wie de mens volledig afbeeld doet afbreuk aan de mens als beeld van God. Hij suggereert dat de mens volledig af te beelden en te definiŽren zou zijn. Maar de mens is als enig wezen in de schepping niet af. Zijn bestemming is niet wat hij al is, zoals bij de dieren, maar zijn bestemming is een nog niet voltooide opdracht. Als beelddrager van God is hij een creatief wezen met eigen vrijheid en verantwoordelijkheid. Daarom behoort hij evenmin als God afbeeldbaar te zijn. Het afbeelden van de mens maakt hem tot een definieerbaar object, wat hij in wezen niet is. De medemens is geen object maar een jij, die iedere keer weer in verrassende vrijheid ons tegemoet kan treden. Mensen moeten hun waardigheid in het leven waarmaken, zonder dat zijn zij minder dan de dieren! Dieren, objecten en planten bezitten hun vanzelfsprekende waardigheid en daarom is hun afbeelding met minder strikte regels omgeven.

7) Hoemeer een beeld de werkelijkheid in driedimensionaliteit benadert, hoe strikter het verbod tot afbeelden. Dieren en planten mogen niet volledig driedimensionaal maar wel in reliŽf afgebeeld worden. Voor heidense rituelen werden in de oudheid bovenal driedimensionale beelden en voorwerpen gebruikt. Vandaar dat de traditie op dit punt voorzichtiger is.  
Een uitzondering op de hier gegeven regel zijn synagogen (gebedsruimten) waar ook reliŽfafbeeldingen verboden zijn. De praktijk laat echter talloze uitzonderingen op deze regel zien.
Tempel en toebehoren mogen niet in dezelfde afmeting en vorm worden nagebouwd. A5menor.gif (9146 bytes)
8) Abstracte afbeeldingen zijn in alle vormen toegestaan.
9) Geen enkele afbeelding is toegestaan, indien er maar de minste schijn van misbruik bestaat en de afbeelding iets vertegenwoordigt wat met de ethische en religieuze code van de Tora onverenigbaar is, zoals symbolen van staatsmacht dergelijke. Kunst in dienst van het regime en de staat.

Kunst als goddelijke opdracht
I
ncidenteel weerklonken radicale geluiden tegen figuratieve afbeeldingen, zoals in de periode voorafgaande aan de val van de Tweede Tempel en later onder invloed van de islam en uit reactie tegen christelijke overdaad aan figuratieve kunst in de middeleeuwen. Toch bewijst de praktijk, dat joodse figuratieve kunst altijd bestaan heeft en doorgaans volkomen geaccepteerd werd door de joodse gemeenschap.  
Religieuze kunst is als het ware een stil gebed en 'dienst aan God.' Het is een veheven opdracht: 'Dit is mijn God, Hem zal ik sieren (Ex. 15:2) - Sier jezelf voor Zijn aangezicht door middel van de geboden. Maak voor Hem een mooie loofhut, een mooie loelav (feestbundel voor het loofhuttenfeest), een mooie sjophar, mooie schouwdraden, een mooie Torah-rol en schrijf daarin met mooie inkt, met een mooie rietpen en door een vakkundig schrijver, en omhul hem met een mooie zijden mantel' (bSjabbat 133b).

De grote rijkdom aan joodse religieuze kunst getuigt van de liefde voor de Tora en de wens de geboden zo mooi mogelijk te vervullen.

A1menor.gif (6679 bytes)

 



M. van Loopik (copyright 1994), alle rechten voorbehouden aan de auteur.

verder naar pagina  6
  knoppijl.gif (1321 Byte)        knoppijlter.gif (1787 bytes)   terug naar pagina  4v   


mainbuttonhome.jpg (1520 bytes)